Home

Gezondheidszorg en hulpverlening

Gezondheidszorg en hulpverlening

Als u hersenletsel heeft opgelopen, krijgt u mogelijk met veel soorten gezondheidszorg en hulpverlening te maken. Het is vaak lastig om het overzicht te houden. Er zijn veel organisaties die hulp en steun bieden, maar u moet ze wel weten te vinden.

In dit deel worden verschillende zorgfasen benoemd met de organisaties die daarbij zorg of hulp bieden. We informeren u ook over hoe u die zorg of hulp kunt verkrijgen of regelen.

Revalidatie

Als u getroffen wordt door hersenletsel bent u mogelijk een tijd lang in de war, gedeeltelijk verlamd of zelfs in coma geweest. U moet daarom meestal een korte of langere tijd revalideren. Het doel van de revalidatiebehandeling is, dat u zo goed mogelijk leert leven met de beperkingen die zijn ontstaan door hersenletsel.
Samen met de behandelaar in de instelling worden uw doelen bepaald. Bij revalidatie spelen uw lichamelijke en cognitieve mogelijkheden een rol, maar ook uw thuissituatie, uw motivatie en uw inzet. Het behandelplan is afgestemd op uw specifieke problemen, doelen en wensen en verwachtingen.

Hoe werkt revalidatie?
Revalideren kan in een ziekenhuis, verpleeghuis of revalidatiecentrum. De meeste mensen revalideren thuis en gaan overdag naar het revalidatiecentrum. Bij weinig klachten zijn een paar bezoeken aan bijvoorbeeld een fysiotherapeut al voldoende.
Bij een revalidatieproces zijn er meestal drie doelen:

- Herstellen en verbeteren van mogelijkheden
Door veel te oefenen kunt u uw eigen herstel bevorderen. Door hersenletsel uitgeschakelde hersencellen kunt u zelf weer actief laten worden (dit wordt ook wel regeneratie genoemd). Dat betekent dat u gedeeltelijke verlamming deels of soms zelfs geheel kunt overwinnen. Of dat u uw hersenen door concentratieoefeningen traint om u beter te kunnen concentreren. Soms nemen andere hersencellen taken van beschadigde hersencellen over. Dit geldt zowel voor de lichamelijke als voor de cognitieve gevolgen van hersenletsel.

- Leren omgaan met de gevolgen
Sommige gevolgen zijn blijvend: u moet ermee leren leven. Van de ergotherapeut leert u bijvoorbeeld om te gaan met hulpmiddelen. Of de logopedist leert u communicatiehulpmiddelen zoals een gespreksboek te gebruiken. Leren omgaan met de gevolgen is ook leren verwerken wat u is overkomen, leren te aanvaarden dat het leven veranderd is. Hiervoor hebt u meestal contact met een psycholoog of maatschappelijk werker.

- Voorkomen van nieuwe klachten:
Als u door hersenletsel gedeeltelijk bent verlamd, kunt u allerlei bijkomende pijnen krijgen doordat u bijvoorbeeld in een verkeerde houding zit. Tijdens de revalidatie leert u nieuwe houdingen of bewegingen die die pijnen verminderen of voorkomen.

Secundaire revalidatie
Komt u langere tijd na het ontstaan van het hersenletsel of na revalidatie toch vast te zitten? Loopt u tegen allerlei niet voorziene lichamelijke, emotionele of gedragsmatige problemen aan waarvoor oefenen en revalideren een oplossing kan bieden. Dan is het vaak mogelijk om alsnog of opnieuw een revalidatieprogramma te volgen. Dit wordt secundaire revalidatie genoemd.

Het doel hiervan is om mensen te helpen hun leven weer op te bouwen en zin te geven. Daarom is er aandacht voor zaken als dagbesteding en werk en wonen. Alle revalidatiecentra bieden hiervoor speciale behandelprogramma's aan. Ze worden ook wel cognitieve revalidatieprogramma's genoemd. Speciale aandacht is er voor de gevolgen van cognitieve, emotionele en gedragsmatige veranderingen. Secundaire revalidatie kunt u bespreken met huisarts, nazorgverpleegkundige of specialist.

Geen revalidatie
Soms lijkt revalidatie niet nodig, soms is het niet nodig. In een aantal gevallen krijgt u dan geen revalidatie aangeboden. Mocht u daar toch behoefte aan hebben, bespreek dat dan met uw (huis)arts. Ook een patiëntenvereniging, een hersenletselteam of Stichting MEE kan advies geven.

Waar vind ik een revalidatiecentrum?
Revalidatiecentra in uw omgeving vindt u op de zorgkaart Nederland : www.zorgkaartnederland.nl/revalidatiecentrum

Meer informatie
Via de gratis downloads in de webshop zijn twee producten over ergotherapie na een CVA verkrijgbaar. De 'Ergotherapierichtlijn CVA' en de bijbehorende clientbrochure 'Ergotherapie na een CVA: Informatie voor clienten en hun naasten'. Met name de clientbrochure is interessant voor leden. Deze heeft als doel om CVA getroffenen en hun naasten te informeren over de mogelijkheden van de ergotherapie voor de begeleiding na een CVA. De brochure is ontwikkeld door het lectoraat Neurorevalidatie van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, in samenwerking met de opleiding ergotherapie van de HAN, de afdeling ergotherapie van het Radboudumc en Ergotherapie Nederland.
www.hersenletsel.nl/bestellen/

Hersenletselteams en afasieteams

Hersenletselteams
In steeds meer gemeenten bestaan 17 regionale hersenletselteams/ coördinatiepunten NAH waar u terecht kunt met vragen. Hier werken onder andere revalidatieartsen, neuro-psychologen, psychiaters en maatschappelijk werkers. Ze geven advies over de diagnose, de behandeling, aangepast wonen, begeleiding naar nieuw werk, re-integratie en andere vormen van hulpverlening.

Advies vragen kan telefonisch of via email. Er zijn geen kosten aan verbonden. Via de kaart van Nederland op de website van de regionale Hersenletselteams (www.hersenletselteams.nl) kunt u het dichtstbijzijnde hersenletselteam of coördinatiepunt vinden. Voor een aantal diensten van deze teams hebt u een Wmo-indicatie nodig.

Afasieteams
Afasie is een taalstoornis als gevolg van hersenletsel. Er zijn gespecialiseerde afasieteams voor mensen met afasie. Een afasieteam is een team van deskundigen op het gebied van afasiediagnostiek- en behandeling, zoals een logopedist, een klinisch linguïst, een neuropsycholoog en/of een revalidatiearts.

U komt met een afasieteam in contact omdat de instelling waar uw revalidatie plaatsvindt, een afasieteam vraagt om advies. Het kan ook zijn dat uw logopedist, verpleeghuis of huisarts u doorverwijst naar een afasieteam voor aanvullende diagnose of onderzoek. U wordt dan persoonlijk uitgenodigd voor een aantal diagnostische gesprekken.

Wat doen afasieteams nog meer?
Afasieteams zijn naast advies over diagnose en behandeling gericht op het bevorderen van kennis, het ontwikkelen van diagnostische middelen en therapieprogramma's en op de evaluatie van effecten van behandelingen

Waar vindt u Afasieteams?
U vindt Afasieteams op www.afasienet.eu/page/Afasieteam

Hersenletselcentra en afasiecentra

Afasiecentra
Afasie is een taalstoornis als gevolg van hersenletsel. Deze taalstoornis kan zich in verschillende vormen uiten, zoals spraakstoornissen en schrijfstoornissen. Het is moeilijk om te leven met de gevolgen van afasie. Toch kunt u strategieën aanleren om activiteiten die worden gehinderd door uw afasie toch uit te voeren.

Een Afasiecentrum helpt u uw dagelijks leven weer goed in te richten. Nederland kent ruim 20 regionale Afasiecentra, die één tot meerdere dagen per week zijn geopend. U kunt het Afasiecentrum bij u in de regio vinden op www.afasiecentrum.nl

>Wat doet een Afasiecentrum?
In een Afasiecentrum kunt u als getroffene of kunnen uw gezinsleden of familieleden terecht voor:

- gespecialiseerde zorg poliklinische afasietherapie
- kennis over de kenmerken en gevolgen van afasie
- steun en begeleiding voor mantelzorgers en zorgverleners
- het aanbieden van vrijwilligerswerk voor patiënten of mantelzorgers
- lotgenotencontact

Mensen met afasie en hun partners kunnen onder professionele begeleiding leren beter te communiceren en actiever deel te nemen aan het sociaal en maatschappelijk leven. Door speciale oefenprogramma's, gespreksgroepen, contact met lotgenoten en vrijwilligers krijgt u ondersteuning bij het behalen van uw persoonlijke doelen.

Kijk voor meer informatie in de folder afasiecentrum (pdf) 2.2 Mb
www.hersenletsel.nl/images/downloadables/afasiecentrum.pdf


Hersenletselcentra
Hersenletsel.nl, de Nederlandse Meningitis Stichting en de stichting Hersenletsel Ondersteuning Nederland (SHON) hebben subsidie gekregen voor het ontwikkelen van regionale Hersenletselcentra.

In 2015 moeten er minimaal vijf Hersenletselcentra in Nederland werken naar het model van de Afasiecentra. Enkele grotere Afasiecentra behaalden de afgelopen jaren goede resultaten met hun specifieke aanpak bij cliënten met afasie. Deze werkwijze is het model voor hersenletselcentra die zich richten op grotere doelgroep van alle patiënten met hersenletsel.

Een Hersenletselcentrum wil het leervermogen van mensen met hersenletsel stimuleren om hun zelfredzaamheid te vergroten. Daarnaast helpt een Hersenletselcentrum bij de terugkeer naar werk, gezin, familie en vrienden.

Aangepast wonen, verzorgings- of verpleeghuis

Meestal kunt u met hersenletsel thuis blijven wonen. Soms zijn aanpassingen noodzakelijk, zoals een traplift, het weghalen van drempels of het verbreden van deuren voor de toegang van een rolstoel.

Soms kunt u als getroffene door hersenletsel (tijdelijk) niet meer thuis wonen, omdat er te veel zorg nodig is die niet thuis kan worden aangeboden. Een verzorgingshuis, verpleeghuis of een aangepaste woning kan daarbij uitkomst bieden.
Het revalidatiecentrum waar u hebt gerevalideerd of het plaatselijke kantoor van de stichting MEE kan u meer vertellen over de mogelijkheden. U kunt via de MEE website het dichtstbij zijnde kantoor van MEE vinden : www.mee.nl/meelocator

Thuiszorg

Bent u weer thuis dan heeft u in een aantal gevallen thuiszorg nodig om thuis te kunnen blijven wonen.

Wat is thuiszorg eigenlijk? Thuiszorg is hulp of ondersteuning die u thuis krijgt door professionele verzorgers of door vrijwilligers, als uw eigen partner, gezin of familie die hulp niet (meer) kan bieden.
Onder thuiszorg vallen:

- verpleging en medische verzorging bij u thuis
- hulp bij persoonlijke verzorging thuis (helpen bij het wassen en douchen, steunkousen en andere kleding aantrekken)
- huishoudelijke hulp (koken, wassen, schoonmaken, strijken)
- het (tijdelijk) lenen van (aangepaste) huishoudelijke apparatuur
- het krijgen van begeleiding of training thuis in omgaan met computers of andere apparaten
- het leren omgaan met uw beperkingen en de emoties die u daarbij te verwerken krijgt door hulp van een psycholoog of welzijnswerker die bij u thuis komt

Thuiszorgregelingen: AWBZ of Wmo?
Thuiszorg valt onder twee regelingen: de AWBZ-regeling en de Wmo-regeling.

AWBZ en thuiszorg
Iedereen die in Nederland woont of werkt is verzekerd voor bijzondere zorg via de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Uit de AWBZ wordt de bijzondere zorg betaald. Dit zijn ook bepaalde vormen van thuiszorg, zoals verpleegkundige hulp en persoonlijke verzorging. Vaak betaalt u voor deze thuiszorg een eigen bijdrage, afhankelijk van uw verzekering en inkomen.

U kunt sinds 1995 de thuiszorg soms zelf inkopen met een persoonsgebonden budget (PGB). Iedereen die recht heeft op thuiszorg kan aanspraak maken op het PGB. Een erkend PGB-bureau kan u adviseren over het aanvragen en uitvoeren van de PGB-administratie. Deze bureaus kunt u vinden op de website van hun vereniging, de Alliantie Erkende PGB-bureaus : www.alliantiepgb.nl/leden

Als uw verzekeraar andere afspraken heeft gemaakt met thuiszorgorganisaties over thuiszorg, hoeft u zelf niets in te kopen en wordt reguliere thuiszorg aangeboden. U kunt dit met de thuiszorgorganisatie in uw buurt of met uw zorgverzekeraar bespreken.

Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en thuiszorg.
De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) is in het leven geroepen om ervoor te zorgen dat alle burgers, met of zonder handicap, kunnen participeren in de maatschappij. Hij wordt uitgevoerd door de gemeenten, die de uitvoering op hun eigen manier mogen vormgeven. Veel voorzieningen die vroeger onder de AWBZ (de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) vielen, vallen tegenwoordig onder de Wmo. In de toekomst zullen dat er nog meer worden.

Voorbeelden van hulp en voorzieningen die onder de Wmo vallen zijn:

- huishoudelijke hulp
- aanpassingen in de woning (traplift, verhoogd toilet)
- vervoersvoorzieningen in de regio zoals collectief aanvullend vervoer
- auto-aanpassingen
- rolstoel of scootmobiel
- maaltijdvoorzieningen
- Verhuis- en herinrichtingskostenvergoeding wanneer geadviseerd wordt te verhuizen naar een woning die al aangepast is of die gemakkelijk aan te passen is

Deze voorzieningen worden geregeld door de gemeente en zijn doorgaans gratis of er wordt een subsidie aan verbonden.


Thuiszorg aanvragen
U kunt thuiszorg zelf aanvragen, of uw partner, gezinsleden, familie, de huisarts of het ziekenhuis mogen dat voor u doen. De enige voorwaarde is dat u van de aanvraag af weet en deze erkent.

Voor het aanvragen van AWBZ thuiszorg, dus verpleging of verzorging aan huis is een indicatieadvies nodig. Dit kunt u aanvragen bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), zie www.ciz.nl. Een medewerker van het CIZ bepaalt aan de hand van het aanvraagformulier op welke zorg u recht heeft. Bij het bepalen van het aantal uren en soort thuiszorg wordt ook gekeken naar wat uw partner, gezin, familie en buren aan de thuiszorg kunnen bijdragen. In het indicatieadvies komt te staan welke zorg er in welke mate is toegekend. Als u vanuit het ziekenhuis of revalidatiecentrum naar huis gaat wordt de indicatie van daaruit geregeld. Op www.ciz.nl/awbz-zorg staat welke soorten zorg onder de AWBZ valt, hoe de aanvraag in zijn werk gaat en hoe bezwaar gemaakt kan worden wanneer een aanvraag niet (volledig) wordt toegekend.

Aanvragen voor Wmo-zorg (zoals begeleiding, hulpmiddelen en huishoudelijke hulp) moeten bij de gemeente worden ingediend. Veel gemeenten hebben een speciaal Wmo-loket waar u met vragen terecht kunt. U kunt dan een afspraak maken met de Wmo-consulent voor een indicatiegesprek. Zo'n gesprek is vaak ook via www.regelhulp.nl aan te vragen.


Hulp bij aanvragen thuiszorg
Komt u er niet uit welke thuiszorg u moet aanvragen? Voor zowel aanvragen die onder ABWZ als Wmo is www.regelhulp.nl een handige site. Aan de hand van uw persoonlijke situatie wordt snel duidelijk waar en hoe u thuiszorg kunt aanvragen. Bijna alle gemeenten zijn bij Regelhulp aangesloten. Verder biedt www.mezzo.nl veel informatie, ook over financiële zaken.


Thuiszorgtaken verdelen?
Om de thuiszorg te verdelen over partners, familie en buren is er een handig internetportal: www.helpjemee.nl. Daarop kunt u op basis van uw wensen en mogelijkheden een profiel aanmaken. Vervolgens kunt u op die website een centrale agenda en een logboek bijhouden dat ook door uw gezinsleden kan worden geraadpleegd of aangevuld. U kunt daar ook notities/aantekeningen bewaren is het mogelijk om via de website een gezinslid of familielid te vragen bepaalde taken te doen. Zo kunnen familieleden en andere helpers elkaar makkelijk op de hoogte houden en taken verdelen.


Kosten
Wie thuiszorg ontvangt, betaalt altijd een eigen bijdrage. Die is afhankelijk van het inkomen en het eigen vermogen. Aan de eigen bijdrage zit een bovengrens: de maximale eigen bijdrage. De eigen bijdrage wordt betaald per vier weken. Hij geldt zowel voor hulp uit de AWBZ als voor hulp uit de Wmo. De hoogte van de eigen bijdrage is te berekenen via de site van het CAK. Omdat de eigen bijdrage niet (meer) aftrekbaar is voor de belasting, krijgt iedereen een korting van 33% op de eigen bijdrage volgens de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten. De korting wordt automatisch verrekend.

Op thuiszorg wordt door de regering steeds meer bezuinigd. Daarom veranderen ook de regels oer thuiszorg regelmatig. Op www.mezzo.nl ziet u altijd de meest actuele regelingen en wetgeving over thuiszorg. Daar vindt u ook de thuiszorgorganisaties in uw gemeente.

Mantelzorg

Een mantelzorger is iemand die vanwege een persoonlijke band gedurende langere tijd onbetaald zorgt voor iemand die chronisch ziek, gehandicapt of hulpbehoevend is. Dat kan een ouder zijn, een partner, een kind, andere familie of een vriend of kennis. Mantelzorgers zijn geen zorgverleners of hulpverleners, maar verrichten soms wel dezelfde taken. Uit liefde of betrokkenheid, maar ook omdat de betaalde zorg soms gewoon niet voldoende is.

Het ingewikkelde van mantelzorgen is dat het niet is af te bakenen. Er zijn geen vaste uren, geen begin- of eindtijden, een mantelzorger doet wat hij of zij nodig vindt en kan niet zomaar ineens ophouden met voor iemand zorgen. Zo kan mantelzorg in sommige gevallen een 24-uursbaan worden; de mantelzorger is altijd stand-by. Zijn of haar telefoon blijft aan, en eigen afspraken wijken al snel. Als mantelzorger voor iemand met hersenletsel moet u bovendien vaak ook nog wennen aan karakter- of gedragsveranderingen van degene die u verzorgt.

Vergoeding
Mantelzorg wordt niet betaald. Wel bestaat het Mantelzorgcompliment. Dat is een door de overheid betaalde vergoeding voor mantelzorgers als blijk van waardering voor de zorg die zij verlenen. Het Mantelzorgcompliment moet worden aangevraagd door degene die de zorg ontvangt. Om voor het Mantelzorgcompliment in aanmerking te komen, moet de zorgontvanger een indicatie hebben voor AWBZ-zorg aan huis. Zie voor meer informatie de website van de SVB : www.svb.nl/int/nl/mzc

Praktische tips voor mantelzorgers
Ben u mantelzorger, denkt u dan eens aan de volgende suggesties:

Grenzen stellen
Mantelzorgers hebben de neiging steeds meer te doen voor degene die ze verzorgen: dat doe ik er ook wel even bij, is dan de gedachte. Het is belangrijk dat u als mantelzorger realistisch bent in wat u aankunt, want het kan zijn dat u de zorg voor lange tijd wil blijven volhouden. Als u als mantelzorger niet goed voor zichzelf zorgt, kunt u ook niet goed voor uw partner of familielid zorgen.
Ook ten opzichte van de getroffene zal een mantelzorger grenzen moeten stellen. Dat is niet altijd even makkelijk. Soms wil degene die u verzorgt bijvoorbeeld geen thuisverpleging of thuiszorg, terwijl die wel nodig is. Dat is frustrerend voor die persoon maar ook voor u als mantelzorger. Geef hierbij dus ook uw grenzen aan, hoe zeer u ook meeleeft met degene die u verzorgt.

Durf hulp aan anderen te vragen
Als mantelzorger zult u soms hulp aan anderen moeten vragen. Dat is op zich al vervelend genoeg. Maar u moet niet te voorzichtig zijn om aan te kloppen bij thuiszorg en ook bij het bepalen van een zorgindicatie hoeft u niet flinker te zijn dan u bent.

Steun van mantelzorgorganisaties
Mantelzorger zijn is meestal zwaar. Als partner, familielid of vriend moet je verwerken dat degene die je helpt bepaalde dingen niet meer zelfstandig kan, en dat je eigen leven veranderd is. Als verzorger moet je ook gewoon zelf door blijven leven.
Ook is het ingewikkeld om ineens nieuwe rollen te vervullen - om bijvoorbeeld te helpen bij het aankleden of wassen. Bovendien hebben veel mantelzorgers ook nog een baan, en maken ze vaak kosten die ze nergens kunnen declareren. Een mantelzorger kan dus wel wat steun gebruiken.

Gelukkig zijn er organisaties die steun bieden, zoals Mezzo (de landelijke vereniging van mantelzorgers: www.mezzo.nl) en handeninhuis (organisatie voor vervangende mantelzorg: www.handeninhuis.nl). Door Nederland verspreid bestaan zo'n 140 organisaties voor mantelzorgondersteuning. Mantelzorgers kunnen er terecht voor persoonlijk advies, informatie, praktische en emotionele steun, cursussen en lotgenotencontact. De meeste organisaties werken lokaal en hebben vaak ook per (deel)gemeente een loket. Bekijk het overzicht van Steunpunten mantelzorg: www.mezzo.nl/adresindebuurt

Zelf als vrijwilliger mensen met hersenletsel helpen?

Met vrijwilligerswerk sta je midden in de maatschappij. Je ontplooit jezelf, ontmoet anderen en kunt iets voor een ander betekenen. Ook voor mensen met hersenletsel. Mantelzorgorganisaties en ook lokale vrijwilligersorganisaties hebben altijd vrijwilligers nodig die andere mensen willen helpen. Er is keuze uit de meest uiteenlopende soorten vrijwilligerswerk.

Vrijwilligerswerk hoeft niet altijd via een officiële vrijwilligerscentrale te lopen; in de eigen omgeving zijn er ook vaak verenigingen die best wel wat hulp kunnen gebruiken. Praat eens met iemand van zo'n vereniging. Ook Hersenletsel.nl en de daarbij aangesloten regionale afdelingen kunnen altijd vrijwilligers gebruiken! Neem daarvoor contact op bij de afdeling Hersenletsel.nl bij u in de buurt of met het hoofdkantoor van Hersenletsel.nl in Velp.

Wilt u meer weten over vrijwilligerswerk? Neem dan contact op met de Nederlandse organisatie vrijwilligerswerk (NOV): www.nov.nl. E-mail: algemeen@nov.nl. Daar vindt u ook alle Nederlandse vrijwilligersorganisaties.

Zorg voor jongeren en kinderen met hersenletsel

Kinderen en jongeren met hersenletsel
Jaarlijks komen ongeveer 15.000 kinderen in Nederland bij de EHBO met traumatisch hersenletsel. Dat zijn er ruim 30 per dag. Dit betekent dat er iedere dag één schoolklas aan kinderen hersenletsel oploopt. Kinderen en jongeren lopen dit thuis, tijdens het sporten of in het verkeer op. De gevolgen van hersenletsel bij kinderen en jongeren zijn niet altijd direct zichtbaar, deze kunnen ook na verloop van tijd pas optreden. Zo worden vaak merkbaar als er voor een kind veel verandert, zoals de overstap van basisschool naar middelbare school of als kinderen op zichzelf gaan wonen.

Als uw kind informatie vanaf een bepaald moment opeens trager leert dan anders, meer moeite heeft met concentratie of opeens lastiger gedrag vertoont, kan dit ook zijn ontstaan door beschadiging van de hersenen. Ook motivatieproblemen, ADHD of autisme zijn soms te relateren aan hersenschade.

Zorgstandaard kinderen en jongeren met hersenletsel
De Hersenstichting ontwikkelt In navolging op de al bestaande zorgstandaard Traumatisch Hersenletsel voor Volwassenen, ook een zorgstandaard voor kinderen en jongeren. De zorgstandaard stelt minimale kwaliteitseisen aan de zorg en is vanuit het patiëntenperspectief geschreven.

Informatie en lotgenotencontact
Het kan fijn zijn om juist met leeftijdsgenoten je persoonlijke ervaringen te delen. Sinds 2006 wordt er tenminste één keer per jaar een jongerendag (tot 30 jaar) georganiseerd. Houd de agenda op deze website in de gaten en meld je aan. Het kan heel goed voor je zijn om eens met kinderen en jongeren te praten die dagelijks hetzelfde meemaken als jij.

De website NAH kids (www.nah-kids.nl) gaat vooral in op de moeilijkheden die broers en zussen van kinderen met NAH meemaken, omdat ook voor hen de wereld helemaal is veranderd.

Heeft een van je ouders hersenletsel?
Als één van je ouders hersenletsel heeft, zal je leven als 'kind van' daardoor ook behoorlijk veranderen. Jonge kinderen vinden het vaak moeilijk om te begrijpen wat er met hun vader of moeder is gebeurd.

Oudere 'kinderen van' kunnen ook volwassenen zijn. Zij komen ineens in een verzorgende rol terecht en moeten soms hun bestaan gaan organiseren rondom hun vader of moeder met hersenletsel.

Voor jonge kinderen van ouders met hersenletsel bestaat nog maar weinig voorlichtingsmateriaal. We noemen hier enkele voorbeelden:

- het boek 'Waarom heeft een krokodil een platte kop?' is te bestellen in de webshop.
- In 'Onze papa kreeg een ongeluk in zijn hoofd' van Wieke van Dun wordt op een begrijpelijke manier uitgelegd wat een gezin doormaakt als één van de ouders wordt getroffen door hersenletsel. De 8-jarige Jasper, zelf 'kind van', vertelt het verhaal en maakte de tekeningen. Te bestellen bij de boekhandel in uw gemeente, ISBN 9085605903, € 9,90.
- Er is ook een stripverhaal met de veelzeggende titel: 'Alles anders'. Het werd gemaakt op basis van waargebeurde verhalen van jongeren met een ouder met hersenletsel. Geschikt voor jongeren vanaf ca. 12 jaar. www.afasie.nl/praatatelier/stripverhaal.php
- Voor jongeren van wie een ouder afasie heeft is het ook door jongeren gemaakte tweedelige filmpje 'papa/mama heeft afasie' interessant. www.youtube.com/user/AfasiecentrumRdam

Waar vind ik zorginstellingen?

Het is onmogelijk om u alle mogelijkheden voor zorg, verpleging, thuiszorg en andere zorgverlening die voor u geschikt zijn hier aan te bieden. Wel kunt u op de website Kiesbeter.nl een ziekenhuis, verpleeg/verzorgingshuis of thuiszorgorganisatie zoeken in uw buurt. Ook kunt u instellingen die zich speciaal op de behandeling en verzorging van mensen met een CVA, herseninfarct of hersenbloeding zijn gericht.

Revalidatiecentra in uw omgeving vindt u op de zorgkaart Nederland : www.zorgkaartnederland.nl/revalidatiecentrum

Home Zorg en hulpGezondheidszorg en hulpverlening