Het leven houdt niet op na een herseninfarct. Als iemand dat weet, dan is het de boomlange dierenarts Peter Bracht wel. Zijn levenslust overwint alles. In deze blogpost vertelt Peter hoe hij zijn ervaringen na zijn herseninfarct nu inzet als ervaringsdeskundige. Hij deelt zijn verhaal, zijn lessen en zijn kijk op revalidatie om anderen te inspireren en te laten zien dat er, ook na zwaar hersenletsel, nog ontzettend veel mogelijk is.
Met een verlamde linkerhand ben ik een arbeidsongeschikte dierenarts. Dat is logisch en dat doet pijn. Die pijn is een stuk minder geworden sinds ik andere dingen ben gaan doen om mijn kennis en ervaring ten goede te laten komen aan het wereldje van de beestjes en de baasjes.
Ik heb een tijdje beginnende dierenartsen ingewerkt en ik ben voorlichting gaan geven aan mensen met huisdieren door middel van lezingen en presentaties. Ik benader horecagelegenheden, buurt- en wijkcentra en maatschappelijke organisaties in de regio. Alles wat ik nodig heb, is een ruimte waar een man of veertig in past en een televisiescherm of een beamer.
Ondanks de inspanningen van mij en de medewerkers die mij helpen bij het organiseren en aankondigen, heb ik sterk wisselende bezoekersaantallen. Soms sta ik te praten voor een handjevol mensen, soms voor een volle zaal met zestig mensen. Vaak zijn het voormalige cliënten die nog steeds fan zijn en blij zijn mij in goede doen te zien.
Ik heb ook meegemaakt dat er helemaal niemand komt opdagen. Dan pak ik mijn spullen weer in en fiets ik naar huis om plannen te maken voor de volgende lezing.
Laatst was ik bij WZH Prinsenhof in Leidschendam, een woonzorgcentrum met een revalidatieafdeling. Ik gaf daar een lezing over de hond voor medewerkers, vrijwilligers en cliënten. De locatiemanager was er ook en hij was onder de indruk van mij. Iemand die, ondanks alle ellende die mij was overkomen, nog zo sterk in zijn kracht en talent was blijven staan.
Hij vroeg of ik een keer zou willen spreken over mijn verhaal voor artsen, verpleegkundigen en behandelaars. Dat zie ik wel zitten. Ik heb namelijk al een presentatie opgeslagen op mijn Chromebook over mijzelf.
Het is gebruikelijk dat alle vrijwilligers en deelnemers bij het Erik Scherderhuis zichzelf met een presentatie voorstellen als ze beginnen. Samen met de locatiemanager heb ik wat zitten brainstormen over hoe wij een lezing van mij als ervaringsdeskundige met NAH kunnen aankondigen in zijn netwerk.
Ik kwam tot de volgende tekst, die ik ook aan Erik Scherder heb voorgelegd. Ik heb het aangevuld met een inzicht dat ik heb over bewegen in de acute fase tijdens de revalidatie. Volgens Erik heb ik een belangrijke boodschap en mijn idee over hoe revalidanten meer zouden kunnen bewegen, is helemaal in lijn met zijn zienswijze.
Ik geef lezingen en op die momenten ben ik helemaal in mijn element. Ik weet waar ik het over heb, ik heb verstand van de materie en ik heb een belangrijke boodschap. Of het nu gaat over verantwoord, duurzaam en diervriendelijk huisdierbezit of over mijn leven met zwaar hersenletsel.
Mijn verhaal
Peter Bracht kreeg in 2017 op zijn 42e een herseninfarct, waardoor zijn leven en dat van zijn gezin een heel vreemde wending kreeg. Hij overleefde het en krabbelde langzaam weer op, waarbij ook het gezin langzaamaan zijn draai weer vond.
Kom luisteren naar zijn verhaal. Hoe hij die eerste tijd ervaren heeft. Hoe hij terugkijkt op zijn revalidatie en hoe hij steeds meer mobiel en onafhankelijk werd. Hoe hij weer zingeving vond in zijn rol als vader, ervaringsdeskundige, basketbaltrainer en arbeidsongeschikte dierenarts.
En hoe hij zich inzet als ervaringsdeskundige met NAH. Hoe het achterhalen van de oorzaak van het infarct zorgde voor een heel andere, nieuwe kijk op het leven. En hoe hij een letselschadezaak begon tegen de arts die hem jaren eerder behandeld had en daarbij een opvallende aanwijzing voor de uiteindelijke oorzaak van het infarct vier jaar later over het hoofd zag.
Met foto’s en video’s neemt Peter Bracht u mee in het leven met NAH, dat eigenlijk ook wel rijk en inspirerend kan zijn.
Eigenlijk is het prima te doen zo. Maar wat een hel was het de eerste tijd. Echt vreselijk om mee te maken, vooral omdat je dan geen idee hebt welke kant het op zal gaan.
Beweging in de acute fase
Natuurlijk was ik er erg slecht aan toe in de eerste weken en ik begrijp dat mijn conditie nu, negen jaar en veel trainen later, veel beter is. Maar ik had toch meer beweging gezien willen hebben in die eerste tijd in het revalidatiecentrum.
Ik was rolstoelgebonden en ik sjeesde door het gebouw, steppend met mijn rechterbeen terwijl ik met mijn rechterhand het wiel rechts aanslingerde. Van het restaurant naar de lift en op de derde verdieping van de lift naar mijn kamer. Ook zo naar de verschillende afdelingen waar de behandelingen plaatsvonden.
Valpreventie was erg belangrijk en alles was gericht op veiligheid. Het was heel veel werken aan transfers van de rolstoel naar bed en vice versa. Dat deed ik met de ergotherapeut en de fysiotherapeut, vaak vlak na elkaar op dezelfde middag.
Bij de bewegingsagogie mocht ik zittend in de rolstoel fietsen met de Motomed. Gevolgd door wat krachttraining op de legpress.
Fysiotherapie hield in die tijd in: even op en neer in de brug en wat stappen met het eifeltje. Later met de elleboogkruk. Toen ik mobieler werd, mocht ik lopend naar het restaurant en de afdelingen. Of een rondje in de tuin met bezoek.
Op de afdeling was er ook een Motomed en ik gebruikte die elke middag gedurende twintig minuten. ‘Hij zit weer te fietsen’, hoorde Chris van de verpleging als ze op bezoek langs de zusterspost liep.
Fysiotherapie hield in die tijd ook in: naar de trap lopen, trap op en achteruit de trap weer af en terug naar mijn kamer.
Op de afdeling revalideerde een sportieve zestiger die iedere avond de hele tijd met zijn stok heen en weer liep over de gang. Ik had de deur naar mijn kamer altijd open en dacht toen ik hem steeds weer voorbij zag komen: ‘Hoe mooi zou het zijn als ik dat ook zou kunnen.’
Toen ik eenmaal toestemming had, deed ik regelmatig een loopje op de gang. Die zestiger is inmiddels een dierbare vriend met wie ik nog graag op de koffie kom bij het revalidatiecentrum.
Begin september, ruim twee maanden na opname, had ik mijn eigen eifeltje en kreeg ik weer wat zelfstandigheid terug. Ik kon zelf naar bed gaan en naar de wc. Voor de veiligheid onder toeziend oog van een verpleegkundige.
Eind november ging ik na mijn ontslag lopend, met Kevo en elleboogkruk, de deur uit, de auto in, om tranen met tuiten huilend samen met mijn meisje naar huis te gaan.
Kleine overwinningen
Zes maanden na de hersenknetter was ik in de tussentijd tijdens de weekenden thuis geweest. Ik ging naar de voetbalclub om mijn dochter te zien spelen en naar basketbalwedstrijden van mijn zoon. Ik heb zelfs een paar wedstrijden op de bank gezeten om te coachen.
De stewards bij het MIVA-vak bij ADO waren al snel bekende gezichten. Altijd samen met mijn lieve vriend Lennart. Als ik moest plassen, waren wij weer even die baldadige studenten: ik stond te plassen en hij hing ondertussen in de wasbak, met de kraan aan.
Weer staand plassen. Dat was ook een overwinning.
Ik heb een fantastisch en dankbaar gevoel overgehouden aan de zorg en behandelingen in het revalidatiecentrum. Maar met de kennis van nu had ik toch graag meer beweging gezien: een paar rondjes om het complex in de rolstoel, bewegen met de goede hand en het goede been, knieheffingen en leg extensions in de rolstoel.
Dat ik intussen dat en nog veel meer kan, had niemand kunnen bedenken toen.
Ook tijdens de poli had ik het graag gezien, want toen al was ik wat fitter en mobieler.
Ik heb alle grote revalidatiecentra in het land gemaild of zij interesse hebben om mijn verhaal te horen.
Gedaan door mij, ervaringsdeskundige strijder die tevreden is.