Column Hans van Dam: Afasie, maar wél grove taal

Column Hans van Dam: Afasie, maar wél grove taal
12 oktober, 2026
Landelijk

In het kader van de Week van de Afasie delen we een artikel dat eerder verscheen in Hersenletsel Magazine 4 van 2025. In zijn column ‘Afasie, maar wél grove taal’ schrijft Hans van Dam over een opvallend en vaak onbegrepen verschijnsel: mensen met afasie die ineens grove taal of vloeken gebruiken. Waarom gebeurt dit en wat speelt zich af in de hersenen?

Een aantal mensen met afasie uit wel vlot grove taal, al dan niet inclusief vloeken. Voor veel mensen is dit raadselachtig. Hoezo moeite met taal? In deze woorden klinkt onbegrip en soms iets van verwijt door. Alsof iemand grove taal bewust kiest. Maar dat is niet zo.

Ingewikkeld probleem 

Afasie is een taalstoornis door een hersenbeschadiging. Bijvoorbeeld door een ongeval, een hersentumor, of hersenontsteking. Maar de meest voorkomende oorzaak is een beroerte in de linkerhersenhelft. Hierbij zien we de duidelijkste vormen. Over afasie zijn veel misverstanden. Taal is meer dan woorden uitspreken. Taal is ook grammatica, woorden, zinnen en bedoelingen begrijpen, intonatie en selectie van woorden. Dit alles kan in veel varianten zijn verstoord. Voor het goed begrijpen van deze mensen: er is niemand die grote problemen heeft met spreken maar alles begrijpt. Ook al lijkt dat wel zo. Taalbegrip is altijd verstoord, hoe subtiel ook (vooral begrijpen van abstracte taal). De reden is dat de hersensystemen die taal produceren en taal begrijpen deels met elkaar zijn verbonden. De twee rondjes die vaak worden getekend om aan te geven dat er in de hersenen gescheiden gebieden zijn voor praten en begrijpen, is te simpel voorgesteld. Er is gedeeltelijke overlap.

Grove taal en vloeken

Opmerkelijk is dat een aantal mensen met een ernstige afasie wel vlot grove taal uit, ook wie dat voor de hersenbeschadiging niet deed. We zien dit eveneens bij een beperkt aantal mensen in een vroeg stadium van dementie, dus ruim voor opname in een verpleeghuis. Hun normale taal is dan verarmd, maar grove taal ligt voor in de mond. En bij een aantal mensen met psychose: tijdens de psychose uiten ze grove taal, daarbuiten niet. Dit is een pijnlijk probleem. Grove taal, al dan niet gepaard met vloeken, stoot mensen af. En vloeken belast gelovige mensen extra, omdat in hun overtuiging God dit verbiedt. Voor een aantal gelovigen geldt dat vloeken sterk bijdraagt aan veroordeling na de dood en dus de hel dreigt. Daar doe ik op geen enkele manier gemakkelijk over. Ieder mens heeft zijn of haar overtuigingen en het vooruitzicht op oordeel en mogelijk de hel als verblijf in een eeuwig vuur is ronduit verschrikkelijk. Voor deze mensen, maar ook voor ieder ander, is verheldering van grove taal bij afasie belangrijk. Grove taal is geen keus, maar geen andere taal meer ter beschikking hebben én daar geen controle meer op hebben.

Een verbindingsprobleem

Grove taal bij taalproblemen door hersenproblemen is lang een raadsel geweest. Maar moderne onderzoekstechnieken hebben er intussen licht op kunnen werpen. De genoemde mensen met psychose zijn het eerst onderzocht. Bij hen kan zowel het normale als ontregelde functioneren van de hersenen worden onderzocht. En wat bleek: tijdens de psychose met grof taalgebruik was er een sterk verzwakte verbindingsstroom vanuit de linker- naar de rechter-hersenhelft; buiten de psychose, bij normaal taalgebruik niet Toen zijn ook de mensen met dementie in vroeg stadium en mensen met afasie onderzocht. Bij allen hetzelfde probleem: een verminderde verbinding vanuit links naar rechts.

Conclusie

Deze onderzoeksbevinding leert dat grove taal wordt aangestuurd door de rechterhersenhelft (zoals ook intonatie en begrijpen van dubbele bodems bij grappen), maar dat de rem op dit taalgebruik vanuit de linkerhersenhelft komt. Bij beschadiging of ontregeling van de linkerhersenhelft kan dus een dubbel probleem ontstaan: vermindering of uitval van ‘normale’ taal en versterking van de grove taal, al dan niet inclusief vloeken. Het is van enorm belang om dit goed te begrijpen. Veranderd taalgebruik is geen keus, maar een tragisch lot. En voor een aantal gelovigen: grove taal en vloeken bij afasie of dementie is geen zonde, maar ziekte.