Elke maand schrijft Belinda voor Hersenletsel.nl over haar leven met NAH. Deze keer schrijft ze over een onverwachte tegenslag: haar auto werd gestolen, en hoe ze daarmee omgaat terwijl ze haar dagelijkse leven en ziekenhuisafspraken probeert te blijven regelen.
Vorige maand schreef ik dat januari mijn bijkom-maand is. Nou, de maand januari 2026 is een typisch gevalletje van “helaas mislukt, probeert u het later nog maar een keer.”
In de nacht van 14 op 15 januari is namelijk onze auto gestolen. Wij hadden een leuke Toyota, en voor de kenners onder jullie: ja, dat is het meest gestolen automerk. Dat hoorden wij ook een dag of drie eerder. Maar je denkt niet dat jou dit gaat overkomen; daar sta je simpelweg niet bij stil.
Ik was op de avond van de 14e na het NAH-café naar huis gereden en had de auto gewoon op “eigen terrein” van de VVE geparkeerd. Dit is helaas geen afgesloten terrein.
De volgende ochtend moest ik vroeg naar het ziekenhuis voor een afspraak bij de cardioloog. Ik zag best een beetje op tegen die afspraak, dus dacht ik bijtijds weg te gaan zodat ik geen stress zou hebben…
Dus ik kom beneden om 7.45 uur en loop naar de auto, maar die staat er niet. Ik dacht werkelijk dat ik gek was, want ik had ‘m toch daar neergezet? Ik liep als een kip zonder kop met mijn sleutel klikkend door de straten alsof ik ‘m niet zou herkennen.
Ik zal een heel lang verhaal kort maken: politie gebeld, dochter en schoonzoon gebeld om een auto te lenen, schoonzoon sprong in de auto om mij nog op tijd in het ziekenhuis te krijgen. Dat was gelukkig gelukt. Beetje jammer dat ze mijn bloeddruk gingen meten… 200/110. Het “zonder stress naar het ziekenhuis gaan” was dan weer niet gelukt.
En als je dan weer thuis bent, dan begint de ellende pas. Zoveel telefoontjes plegen, zoveel regelen. Mijn zonnebril op sterkte lag in de auto en ik kan niet zonder mijn zonnebril… Mijn gehandicaptenparkeerkaart lag erin, en de zonnebrillen van mijn man ook. Hij is buschauffeur, dus kan ook niet zonder zijn zonnebril.
Kortom, heel erg veel gedoe. En dan heb je ook nog NAH; ik heb er nachten van wakker gelegen en kon overdag nergens anders aan denken. Ik kon het simpelweg niet loslaten. Dat wat ik voor de NAH veel makkelijker kon, in de “regelstand” en gewoon gaan, werkt nu niet meer; mijn hoofd werkt niet mee.
En dan ook in de tussentijd weer op zoek naar een nieuwe auto, en daar een keuze in maken is zo moeilijk. Er is zoveel keuze en er zit toch ook druk op, want we kunnen niet maanden een auto lenen. Je wilt toch zo snel mogelijk weer zelf vervoer hebben. Ik schrijf dit op 4 februari en het is nog niet gelukt. De vervangende auto hebben we gisteren weer moeten inleveren; gelukkig hebben we een auto van mijn schoonzusje kunnen lenen tot we weer zelf vervoer hebben. Want tot overmaat van ramp moet ik morgen al voor de tweede keer in acht dagen naar het UMCG, in Groningen dus.
Morgen moet ik een behandeling ondergaan, maar mijn hersenen kunnen dat nog niet aan; die hebben niet heel veel rek meer momenteel. Dus heb ik de huisarts maar om een paar tabletjes oxazepam gevraagd en voor vannacht een hotel halverwege geregeld. Want ja, die NAH zorgt er ook voor dat ik niet in één keer door naar Groningen kan rijden. Dus morgenochtend haal ik mijn zoon op in Arnhem (daar ben ik nu vlakbij) en hij rijdt dan naar Groningen. Na de behandeling rijdt hij de hele weg terug naar Maassluis.
Weet je, ik zeg het wel vaker: je merkt gewoon tijdens dit soort stressmomenten, maar ook met de “gewone huis-tuin-en-keukenellende,” dat je het er niet meer bij kunt hebben. Je hoofd zit vol door de NAH; daar kan de rest simpelweg niet ook nog een weg in vinden. Nou ja, dat lukt wel, maar niet zo snel meer, en dat is toch jammer.
Op naar een volgende, weer wat vrolijkere blog… hoop ik. Nu eerst bijkomen in februari dit jaar.
Tot volgende maand,
Liefs,
Belinda