Het leven houdt niet op na een herseninfarct. Als iemand dat weet, dan is het de boomlange dierenarts Peter Bracht wel. Zijn levenslust overwint alles. In deze blogpost vertelt Peter over zijn bijzondere ontdekking als donorkind, de impact op zijn familie en hoe hij een nieuwe groep halfbroers en -zussen heeft leren kennen.
Goed gezien: ik ben een donorkind. Guido bracht dat in mijn hart. Mijn eeuwige echte vader is en blijft dus niet mijn biologische vader. Ook niet van mijn broer Tobias. Wij kregen dat te horen van onze ouders op de dag af twee maanden na mijn hersenknetter, tijdens een heftig gesprek in een aparte ruimte op de afdeling in het revalidatiecentrum. Ik zat nog in de rolstoel. Chris en de man van Toob waren er ook bij.
Mijn hersenknetter is indirect veroorzaakt door een erfelijke aandoening en die moest toch ergens vandaan komen. Toob heeft hem niet en onze moeder ook niet. Ik ben verwekt met zaad van een donor die het syndroom van Marfan had, een bindweefselziekte. Toob is van een andere donor.
Onze vader Guido heeft als jong ventje tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië in Jappenkampen gezeten onder erbarmelijke omstandigheden. Hij werd ziek, kreeg de bof… en jongetjes die de bof krijgen, kunnen dus nooit meer kinderen krijgen. Dus kwamen Betty en Guido begin jaren ’70, vlak na hun bruiloft, terecht bij een gynaecoloog met een fertiliteitskliniek, waar Toob en ik verwerkt zijn met zaad van twee verschillende donoren. En dat had de gewenste uitkomst: Betty raakte zwanger en zette in ’74 mij en in ’77 Toob op de wereld. Het gezin Bracht in Zwijndrecht was compleet.
Over het donorschap werd op dringend advies en verzoek van de gynaecoloog niet gesproken. Het was een geheim, en dat zou het blijven tot die middag in augustus, 43 jaar later. Ik was helemaal niet in shock en vond het vooral erg pijnlijk voor papa dat hij moest toegeven dat hij onvruchtbaar was en niet onze biologische vader. Ik had met hem te doen. Tobias was boos.
Jaren eerder had hij, nadat een aangeschoten tante haar mond had voorbij gepraat, mijn ouders om een verklaring gevraagd en het werd afgedaan met een leugen. Hij nam contact op met de Stichting Donorkind en vertelde ons verhaal, waarbij Marfan ook genoemd werd. Ester de Lau, een donorkind die al een tijdje op zoek was naar haar vader en een paar zussen en een broer had gevonden (waarvan twee met Marfan), werd erbij gehaald en nam contact op met mij. Na een DNA-test werd het bevestigd: ik ben haar halfbroer en zij is mijn zus. Ik was het zesde donorkind van de op dat moment nog onbekende zaaddonor.
Nu, eind 2025, zijn wij in afwachting van nummer 18 die zich gemeld heeft (50-plus, donorkind met Marfan). Zodra hij een test gedaan heeft, zijn wij met 18. Ester is na een lange, uitputtende zoektocht en uitpluizen van stambomen in contact gekomen met de twee wettige zoons van de donor, die ze op die manier achterhaald heeft. Het was Gerard Neijhof uit Amsterdam, die al sinds ’91 niet meer onder ons is (voor zover hij ooit deel uitmaakte van ons leven). Dankzij zijn zoons Martijn en Erik en hún vrouwen weten wij wat voor man Gerard was en hoe hij in het leven stond. Wij hebben beeld- en geluidsmateriaal mogen inzien, alsmede teksten die hij schreef. ‘Voor het nageslacht’, had hij eens tegen Martijn gezegd toen hij vroeg waar pa al die tijd mee bezig was.
Ik ben dus donorkind en maak deel uit van een geweldig mooie en lieve groep van halfzussen en -broers van dezelfde vader. Ongeveer de helft heeft Marfan, de andere helft niet. Ook zijn er gevallen van Marfan gevonden in de volgende generatie, onze kinderen, de kleinkinderen van Gerard. Toob is weer van een andere donor en heeft ook een groep nieuwe vrienden gevonden in halfbroer en -zussen met dezelfde donor als vader. Hij weet ook wie het geweest is en heeft hem zelfs ontmoet vlak voor zijn dood (de dood van de bejaarde donor). Toob leeft gelukkig nog.
Wel valt op dat de gynaecoloog er best een rommeltje van heeft gemaakt. Want in vier gezinnen heeft hij dezelfde combinatie van twee donoren gebruikt, zodat de halfbroer Remko van Toob weer de halfbroer is van mijn halfzus Saskia. De vader van Remko is de vader van Toob en die van Saskia weer die van mij. En zo zijn er nog drie combinaties.
Ik kwam als nummer zes in de groep in 2017 en ieder jaar komen er een paar bij. Allemaal mensen die op latere leeftijd te horen krijgen dat ze donorkind zijn, soms omdat ze zelf een kind hebben met Marfan. Ik vind het verdrietig voor mijn ouders dat ze zelf geen kinderen hebben kunnen krijgen en dat er zo lang gelogen is in al die gezinnen, en dat er zoveel mensen met Marfan zijn ‘gemaakt’, waarvan sommigen meer last hebben dan anderen.
Ik ben de enige die een hersenknetter heeft gekregen na een dissectie (inscheuring) van de halsslagader, en er zijn er in onze groep drie die geopereerd zijn aan hun verwijdde aortawortel. Dus niet iedereen heeft er evenveel onder te lijden gehad.
En… het is zo’n mooie groep nieuwe vrienden die ik heb mogen verwelkomen in mijn leven! Om Guido te beschermen, heb ik mijn best gedaan om het geheim alleen met mijn meest hechte vrienden te delen. En er niet over te schrijven op bijvoorbeeld Facebook. Terwijl heel onze familie (zijn broers/zussen en hun kinderen) op de hoogte is en veel van mijn ouders’ vrienden ook, wilde hij niet dat zijn oud-collega’s (sommigen zijn Facebookvrienden van mij) het te weten zouden komen. Ik heb hem beloofd om het bijvoorbeeld niet te delen of op enige andere manier dit oh-zo wezenlijke onderdeel van mijn veranderde leven rond te bazuinen.
Ester is een aantal keer op televisie geweest om over het onderwerp te praten als er weer ergens een misstand aan het licht kwam. Ik ben nooit met haar meegegaan. Maar nu komt het toch in een stroomversnelling. Zembla wil een uitzending wijden aan de problematiek rond internationaal opererende spermabanken, waarbij donoren soms honderden nakomelingen krijgen die ook wel eens met erfelijke ziektes worden opgezadeld. Zij zijn bijzonder geïnteresseerd in onze clan en ons verhaal. Nu mijn vader er niet meer is, voel ik mij vrij om mee te werken. Gisteren zijn wij bij elkaar geweest in aanwezigheid van een cameraploeg. Dus… binnenkort bij Zembla.
Ik heb geen idee wanneer precies en wat er allemaal gaat gebeuren na de uitzending. Ik zie wel wat er op mij afkomt. En als het gaat leiden tot meer televisieoptredens, dan heb ik de toezegging van Erik Scherder dat hij naast mij komt zitten… Wordt vervolgd.