Elke maand deelt Monique wat haar bezighoudt in haar leven met NAH. Deze keer vertelt ze over hoe de feestdagen, en kerst in het bijzonder, meer prikkels dan rust brengen, en hoe ze daarin haar weg zoekt.
Kerst komt altijd eerder binnen dan ik wil. Niet in mijn hart, maar in mijn hoofd, alsof elk lichtje een naald is die vraagt of ik nóg een beetje kan.
Mensen zeggen: “Het is zo’n gezellige tijd.” Maar mijn hersenen horen geen gezelligheid. Ze horen vijftien stemmen door elkaar, glazen die tikken, stoelen die schuiven, en ergens daartussen probeer ik mezelf niet kwijt te raken.
Ik zie jullie lachen, praten, leven. Ik probeer het echt, maar mijn energie druipt weg zoals kaarsvet dat niet meer hard wordt.
En als ik dan even in de gang ga zitten, zogenaamd “iets uit mijn jaszak halen”, is dat eigenlijk gewoon even ademen. Gewoon even bestaan zonder dat het pijn doet.
Toch is er iets zachts in deze dagen. Een blik van iemand die het wél ziet, die een hand op mijn arm legt, niet om me mee te trekken, maar om te zeggen: “Blijf maar waar het rustig is.”
Mijn kerst ziet er anders uit nu. Kleiner, stillere hoekjes. Minder moeten, meer overleven. Maar ergens, diep tussen de lampjes, brandt nog steeds een klein vlammetje dat fluistert:
Je bent er nog. En dat is genoeg.
Liefs,
Just me, Monique
(Ik hoop dat jullie gezellige en rustige kerstdagen hebben gehad en maak er een fantastisch 2026 van!)