Dé vereniging voor patiënten met niet-aangeboren hersenletsel en hun naasten

Word lid
Home » Ervaringsverhalen » College van Stan Laurel

College van Stan Laurel

Op 25 September heb ik 5 jaar afasie. Het gaat goed met mij. Mijn afasie is er nog. Maar ik kan aardig praten. Mensen merken vaak niet dat ik afasie heb. Dikke boeken lezen zit er nog niet in. Soms lees ik  boeken van vroeger, van vóór mijn herseninfarct, dat werkt!
Acteren met tekst, zit er ook niet in. Zelfs bij een kleuterliedje loop ik vast. Ik weet wel waar het lied over gaat, maar ik kan de tekst niet opzeggen of zingen.

In deze 5 jaar heb ik veel geleerd over mijn eigen afasie en die van anderen en over mijn hersenen. Ik ben geïnteresseerd in hoe iemand leert en in het bijzonder hoe mensen met afasie dat doen.

Ik geef drama aan afasiemensen en ook Aikidolessen. Aikido is een Japanse krijgskunst. Vorige week heb Aikidoles gegeven aan kinderen en volwassen. Ze leren over de linker en rechterschouder te rollen. De hersenen willen rechts rollen, ook als je over je linkerschouder rolt. Dat geeft angst en pijn met vallen. Pijn en angst zijn de slechtste les. Dus de vraag is: hoe kun je de baas zijn over je eigen hersenen?

Daar heb ik iets voor bedacht. Dat is ‘de oefening voor je hersenen’ van Stan Laurel, ‘de Dunne’. In de film doet hij het voor. Je kunt het zelf ook proberen:
Je slaat op je knieën, dan klap je in je handen en daarna pak je met je rechter hand je neus en kruis je je linkerhand daarvoor en pak je je rechter oor. En dan andersom. Dit moet in ritme.

Probeer het maar. Je hersenen raken in de war. Als je dat niet leert van iemand, is dat een lastige oefening. Het geheim zal ik jullie vertellen:

Dunne’s ‘college’

  • Je handen klappen op je knieën – niet nadenken.
  • 1 klap op handen – niet nadenken
  • pak met je hand je neus – beetje nadenken: welke hand moet naar mijn neus?
  • Kruis je arm en pak met je andere hand je oor – niet nadenken

Je zal zien, dat bijna iedereen het kan als hij het geheim kent. Zonder het ‘college’ kom je niet verder. Als je het eenmaal kan, hoef je niet meer na te  denken.

Mijn  hersenen maken mij soms gek.  Dat hebben andere afasiemensen ook. Als iets stuk is in je hersenen is het lastig bepaalde dingen te leren. Een goeie pedagoog vraagt  aan een leerling hoe hij les moet geven. De pedagoog vraagt eigelijk aan een leerling hoe zijn hersenen werken. Dat is een goeie vraag.

Als iemand niet kan praten en als je afasie hebt is dat lastig. De hersenen de baas zijn is de kunst van het ‘leren’. Dat is een lange weg, en voor afasiemensen is dat een soms een doodlopende weg. Geen puf om iets te leren. 

Als ik met afasiemensen mag werken, probeer ik de les van professor de Dunne te onthouden. Origineel, met humor, nieuwsgierig naar de hersenen van de ‘leerling’.

Yvonne kan haar naam niet onthouden. De letter klank Y van X Y Z is niet de klank van haar naam. Als haar naam geschreven was met een I , had Ivonne  meer kans gehad om haar naam te onthouden.

Mijn Dunne pedagogiek was: Je naam kan je onthouden in dit beeld:

“Je ziet een muis en je zegt,  iiiiee!!!”. Dat is de klank van jouw naam.

Yvonne moet erg lachen. “Dat werkt niet, ik ben niet bang voor een muis”.